Beroep van Julian Assange verworpen

Op 14 maart heeft het Britse Hooggerechtshof het beroep van Julian Assange tegen zijn uitlevering aan de VS verworpen. In eerste aanleg had de rechter de uitlevering geweigerd op grond dat Assange gevaar liep zelfmoord te plegen wegens de draconische omstandigheden waaraan hij in Amerikaanse gevangenissen zou worden blootgesteld (supermax-gevangenis, opsluitingsregime vergelijkbaar met dat van terroristen, enz.) De VS gingen tegen deze beslissing in beroep, waarbij zij garanties voor een goede behandeling aanvoerden, en wonnen de zaak voor het Hof van Beroep – ondanks de weinig overtuigende aard van hun argumenten in het licht van eerdere ervaringen. "Te gemakkelijk om daar na de uitspraak mee te komen", zeiden de advocaten van Assange, die de zaak met verschillende argumenten voor het Hooggerechtshof hadden gebracht.

Het besluit van het Hooggerechtshof is niet echt een verrassing. Een hoogst bedenkelijk kenmerk van het Britse rechtssysteem is dat beroepen onderworpen zijn aan een vorm van "voorafgaande goedkeuring", en het Hof had slechts één van de door de verdediging aangevoerde gronden in overweging genomen, namelijk de vraag of de procesrechter de VS om garanties had moeten vragen over het gevangenisregime, dan wel of de VS deze garanties vrijwillig hadden moeten geven. Het Hooggerechtshof verwerpt Assange's verdedigingsargument. Het vonnis in eerste aanleg, waarbij uitlevering werd geweigerd, werd daarom vernietigd, en het is nu aan minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel om een besluit te nemen over de uitlevering van Julian Assange. De post-Brexit houding van de regering Johnson ten opzichte van de VS, en de algemene repressieve houding van de minister, doen vermoeden dat zij voorstander zal zijn van uitlevering.

Maar in tegenstelling tot wat sommige media suggereren, is dit niet het einde van de procedure. Integendeel, men kan zelfs zeggen dat wij nu bij de kern van de zaak komen. De verdediging zal een eventueel uitleveringsbesluit van de minister nu aanvechten op basis van andere argumenten, die nog niet konden worden onderzocht - omdat de verdediging eerst wachtte op de uitkomst van de vraag naar de gezondheid van Assange in geval van uitlevering. In haar in april 2002 ingediende beroepschrift [1] had de verdediging duidelijk gemaakt dat indien de VS het uitleverings/gezondheidsargument zouden inwilligen, zij in beroep zou gaan op alle gronden die zij in eerste aanleg had aangevoerd en die de rechter had verworpen, namelijk de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de politieke aard van het uitleveringsverzoek van de VS.

Dit is het belangrijkste punt in deze uitleveringszaak. Het zou schrijnend en zelfs dramatisch zijn indien alle verdedigers van de persvrijheid, van de vrijheid om te informeren en geïnformeerd te worden, waaronder de media, verenigingen van journalisten en anderen, zich nu niet krachtig zouden uitspreken om deze uitlevering te voorkomen.

[1] zie https://www.tareqhaddad.com/wp-content/uploads/2021/08/2021.04.06-%E2%80%93-Assange-Extradition-Hearings-%E2%80%93Notice_of_Objection_and_Submissions_on_Approach_to_Appeal.pdf ), met name blz. 33 t/m 41

ImprimerE-mail